cultuurZIEN


HENDRICK AVERCAMP, 1585 - 1634

kunstschilders in Kampen

 

In 1586 verhuisden Berent Avercamp en Beatrix Vekemans met hun eenjarige zoon Hendrick van Amsterdam naar Kampen. Berent was in Kampen aangesteld als stadsapotheker, later zou hij ook stadsarts worden. Het gezin vestigde zich aan de Oudestraat (nu nr. 120), schuin tegenover het Vleyschhuys. Voor het jonge gezin leek een goede toekomst weggelegd, tot de ontwikkeling van de oudste zoon en opvolger na enkele jaren stagneerde. Dankzij de oplettendheid van zijn goed ontwikkelde ouders werd snel duidelijk dat Hendrick doof-stom was. In de 17e eeuw geen goed vooruitzicht voor een kind. De zelfde oplettendheid zorgde er ook voor dat zijn ouders het tekentalent van hun zoon onderkenden. Hendrick kreeg de mogelijkheid om zich verder te bekwamen in teken- en schilderkunst. Hij bracht zijn leertijd van (waarschijnlijk) zes jaar door in Amsterdam bij historieschilder Pieter Isaacsz. Aanvankelijk was de invloed van Vlaamse meesters als Hans Bol, David Vinckboons en Gillis van Coninxloo goed merkbaar, later ontwikkelde hij een eigen stijl. Na het behalen van de meestertitel keerde Hendrick terug naar Kampen. Vader Berent was toen al overleden (1602) en zijn moeder Beatrix zette, met toestemming van het stadsbestuur, de apotheek voort. In Kampen legde Hendrick zich verder toe op het schilderen van wintertaferelen. De schilderijen van Hendrick Avercamp kenmerken zich door een verhalende schilderwijze; Hendrick schilderde wat hij met woorden niet vertellen kon. Daarbij liet hij zich kennen als een goede observator van het menselijke handelen. Ook had hij een grote belangstelling voor kleding. Op zijn schilderijen is de ontwikkeling in de mode aan het begin van de 17e eeuw te volgen. Als eerste verhief Hendrick Avercamp de teken- en aquarelkunst tot een zelfstandige kunstvorm. Niet zo vreemd, want de pigmenten voor waterverf waren voorradig in de apotheek. Het Stedelijk Museum in Zwolle bezit een schetsboek vol tekeningen van mensfiguren, landschappen en bolwerken van Kampen. Hendrick Avercamp overleed in mei 1634, slechts vier maanden na zijn moeder, die er bij testament voor had gezorgd dat haar oudste zoon financieel goed verzorgd achterbleef. De schilderijen van Hendrick Avercamp zijn vandaag te vinden in alle belangrijke collecties, verspreidt over de gehele wereld. Waarschijnlijk heeft Hendrik maar één leerling opgeleid: zijn neef Barent (1612 - 1679). Net als Hendrick specialiseerde Barent zich in het schilderen van wintergezichten. Barent Avercamp was een stuk minder getalenteerd dan zijn oom, wat vooral tot uiting komt in de houterige weergave van mensfiguren en de minder verfijnde uitwerking van details. Behalve als schilder was Barent ook actief als houthandelaar.

 

Hendrick Avercamp was de bekendste in een lange rij kunstschilders die zich vanaf het begin van de 16e eeuw in Kampen manifesteerden. Deze reeks werd ingezet door de schildersfamilie Maler. De familie Maler vormde waarschijnlijk de kern van wat tegenwoordig wel de Kamper schilderschool wordt genoemd: een collectie panelen met vooral bijbelse thema’s die in de 16e eeuw in Kampen zijn vervaardigd en stilistische overeenkomsten vertonen. Ernst Maler (ca. 1500 - 1567) is de bekendste van het stel. Het Laatste Oordeel in het Oude Raadhuis kan met zekerheid aan hem worden toegeschreven, een onderwerp waarin hij zijn voorliefde voor het schilderen van naaktfiguren uitstekend kwijt kon. Albert Maler (1522-1573) was een neef van Ernst en houtsnijder/schilder. Albert kan beschouwd worden als de meest begaafde kunstenaar in de familie en was, net als zijn oom, een uitstekende figuurschilder. Het triptiek voor het Soete-Naeme -Jhesuhuis is van de hand van Albert Maler. Zijn initialen (A.I.) staan op het linker zijluik. Meerdere houtsneden van zijn hand zijn opgenomen in het Rijksprentenkabinet. Een leeftijdgenoot van Albert Maler was Mechteld van Lichtenberg (ca. 1520 - 1598) uit Utrecht. Als vrouw mocht Mechteld geen lid worden van het Sint Lucasgilde. Zij mocht geen betaalde opdrachten aannemen en kon van haar kunst geen broodwinning maken. Rond 1546 trouwde Mechteld van Lichtenberg met Egbert toe Boecop uit Kampen. Dit bracht Mechteld in de rijke handelsstad Kampen, waar de kunsten bloeiden en het geld kunstenaars uit vele windrichtingen aantrok. In haar Kamper periode is directe invloed aanwijsbaar van de familie Maler. Het bekende oeuvre van Mechteld van Lichtenberg toe Boecop omvat slechts drie schilderijen en vertoont grote hiaten in de tijd; er is veel verloren gegaan. Het Stedelijk Museum Kampen is in het bezit van een ‘Aanbidding van de herders’ uit 1572 en een ‘Laatste Avondmaal’ uit 1574. Dit laatste schilderij lijkt een memorietafel te zijn van de familie toe Boecop. Daarop wijzen ook de wapenschilden in de bovenhoeken. Iconografisch is het schilderij zeker interessant. Het ‘Laatste Avondmaal’ uit 1574 gaat over de instelling van de eucharistie. In dit schilderij is de invloed van de contrareformatie al zichtbaar. Mechteld leerde ook haar dochters Margaretha en Cornelia schilderen, maar de kwaliteit is minder dan het schilderwerk van hun moeder.

 

Uit: de Canon van Kampen, venster nr. 19 - Avercamp, 2010